woensdag 21 februari 2018

Normen voor bestrijdingsmiddelen in water en agrarische producten; een kritische beschouwing

WECF, Margriet Samwel
Experimental Toxicology Services Nederland, Henk Tennekes
Buijs Agro-Services, Jelmer Buijs

info blad: Normen voor bestrijdingsmiddelen, maart 2018. Gepubliceerd is de bijgewerkte Engelse versie van dit artikel (zie Engelstalige versie in deze blog)



Normen voor bestrijdingsmiddelen in water en agrarische producten

Een kritische beschouwing



Inleiding

Synthetische bestrijdingsmiddelen vormen een terugkerend thema in alle discussies over duurzame landbouw; dat is niet voor niets. Er is geen mens op deze aarde die precies kan zeggen wat we aanrichten in de natuur. De effecten van afzonderlijke actieve stoffen en metabolieten (omzettingsproducten) op de honderdduizenden organismen van ons ecosysteem zijn al onmogelijk te voorspellen of zelfs maar vast te stellen. Het gaat daarbij om enkele duizenden stoffen die ook nog eens interacties met elkaar aangaan en dan een gezamenlijke werking hebben op levende organismen. Zo nu en dan besteedt de media aandacht aan de contaminatie van levensmiddelen met residuen van bestrijdingsmiddelen of aan de teruggang van het bijenbestand. Recente voorbeelden zijn berichten over de dramatische teruggang van het insectenbestand, fipronil in eieren, en cocktails van verschillende bestrijdings-middelen in aardbeien in Nederland en in honing van over de hele wereld[1].

Risico´s van bestrijdingsmiddelen

Bij mensen is een versterkte toename van verschillende hormoongerelateerde ziekten en/of afwijkingen, zoals borst- en prostaatkanker, verminderde vruchtbaarheid, onderontwikkelde geslachtsorganen bij pasgeborenen, suikerziekte, en autisme geobserveerd[2]. Ook bij in het wild levende dieren zijn wereldwijd observaties gedaan over veranderingen veroorzaakt door hormoonverstorende chemicaliën (Endocrine Disrupting Chemicals - EDC´s), zoals geslachtsverandering en misvormingen. Er zijn verschillende synthetische bestrijdingsmiddelen die een kanker-verwekkende of hormoonverstorende werking hebben. Zo wordt prostaatkanker bijvoorbeeld  in verband gebracht met o.a. methylbromide, chlorpyrifos, fonofos, coumaphos, phorate en permethrin en alachlor met schildklierkanker. Schildklier(Thyroid) tumoren kunnen worden veroorzaakt door amitrol, ethylenethiourea, mancozeb, acetochlor, clofentezine, fenbuconazole, fipronil, pendimethalin, pentachloronitrobenzene, prodiamine, pyrimethanil, and thiazopyr[3] . Ook de ziekte van Alzheimer en andere ziekten worden in verband gebracht met chronische blootstelling aan bestrijdingsmiddelen[4]. Dit zijn voor mens en natuur alarmerende en zorgwekkende ontwikkelingen. Desalniettemin richten de verantwoordelijke autoriteiten zich alleen op het al of niet overschrijden van de vastgelegde normen voor actieve stoffen in water en voedsel.

Onderzoek heeft vastgesteld dat synthetische bestrijdingsmiddelen ook de biodiversiteit in de bodem doen afnemen, zoals schimmels en bacteriën die nodig zijn voor het mineraliseren van gebonden stikstof; Dat kan allerlei gevolgen hebben zoals een verminderde vruchtbaarheid van de bodem en een grotere afhankelijkheid van kunstmest. Volgens een door de Verenigde Naties recent gepubliceerd rapport dragen daarmee bestrijdingsmiddelen niet bij aan voedselzekerheid[5]. In hetzelfde document wordt geconstateerd dat pesticiden agressief zijn gepromoot, en het gebruik ervan zeer nadelige gevolgen kan hebben voor de beschikbaarheid van voedsel voor mensen. Ook kan contaminatie van de bodem leiden tot een verstoring van de evenwichten in de bodem tussen allerlei organismen[6], met als gevolg dat daardoor weer andere ziekten zullen optreden (juist als gevolg van het gebruik van bestrijdingsmiddelen)[7].

Vele onafhankelijke onderzoekers komen tot de conclusie dat het gebruik van bestrijdingsmiddelen desastreuze gevolgen heeft voor het ecologisch systeem en een risico voor mens en natuur vormt, en zelfs niet eens tot voedselzekerheid leidt. 

Toelatingsprocedure van bestrijdingsmiddelen en normen

Het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) is in Nederland de instantie die verantwoordelijk is voor de toelating van bestrijdingsmiddelen en biociden voor professionele en niet-professionele toepassing. De momentaan 240 toegelaten middelen zijn in verschillende concentraties en combinaties in maar liefst 2500 verschillende producten te vinden, en daarbuiten gedeeltelijk ook nog in diergeneesmiddelen [8]. Dezelfde stof kan in het ene geval als gewasbeschermingsmiddel en biocide toegelaten zijn en in het andere geval door het Bureau Diergeneesmiddelen als ‘diergeneesmiddel’. Voor de toelating van diergeneesmiddelen zijn verschillende regels van toepassing.

Voor de toelating van een actieve/werkzame stof als bestrijdingsmiddel worden door de producent chemische eigenschappen van de stof gedocumenteerd en toxiciteitstesten van de stof uitgevoerd die de basis zijn voor de toelatingsprocedure in de EU en dus ook in Nederland. Een middel dat op de markt komt, bevat vaak een mix van verschillende actieve stoffen en hulpstoffen teneinde om bv. de juiste dispersie of emulsie te krijgen. Mogelijke ongewenste synergistische werking tussen de verschillende substanties en stoffen wordt door de producent of de toelatingsinstantie (Ctgb) niet getest. De uitgevoerde toxiciteit testen en resultaten zijn niet openbaar.

Dosiswerkingsrelaties van bestrijdingsmiddelen; de grote verwarring

In de huidige toelatingsprocedures en normen wordt ervan uitgegaan dat er voor iedere stof een Acceptable Daily Intake (ADI) bestaat. De ADI is een schatting van de hoeveelheid van een stof die iemand dagelijks, levenslang kan innemen zonder noemenswaardige effect[9].

Deze benadering veronderstelt een zelfde dosiswerkingsrelatie voor alle stoffen. Dit is helaas volstrekt onjuist, maar omwille van commerciële belangen worden fundamentele toxicologische wetmatigheden door de wet- en regelgevers volkomen genegeerd. Dosiswerkingsrelaties kunnen worden ingedeeld op de volgende manier:

A.                   Stoffen met een dosisafhankelijke werking en een drempelwaarde, die geen onomkeerbare interacties aangaan met bestanddelen van het lichaam, en waarvoor een ADI kan worden vastgesteld.  Beneden de ADI treedt geen schade op, ook niet bij lange blootstellingsduur.

Toelating kan worden verantwoord indien ook aan de overige toelatingsvoorwaarden kan worden voldaan, zoals afbreekbaarheid en afwezigheid van ophoping in de voedselketen.



B.                   Stoffen met een dosis- en tijdsafhankelijke werking zonder drempelwaarde, die onomkeerbare interacties aangaan met bestanddelen van het lichaam waarvan de schadelijke werking accumuleert. Het product van de dagelijkse dosis d en blootstellingsduur (tot het optreden van een schadelijk effect) t is constant: d . t  = constant.  Deze dosis-werkingsrelatie wordt de regel van Haber genoemd. Deze stoffen vertonen cumulatieve toxiciteit en het is volslagen onmogelijk hiervoor een ADI te berekenen.

Toelating is onverantwoord !



C.                   Stoffen met een dosis- en tijdsafhankelijke werking zonder drempelwaarde, die onomkeerbare interacties aangaan met bestanddelen van het lichaam waarvan de schadelijke werking niet alleen accumuleert maar ook versterkt wordt door de tijd.
Deze dosis-werkingsrelatie staat nu bekend als de Druckrey-Küpfmüller vergelijking en kan wiskundig worden weergegeven door de vergelijking; d. tn= constant, waarbij n > 1. De vergelijking verklaart de schadelijke effecten van zeer lage blootstellingsconcentraties van een gif bij lange blootstellingsduur. Deze stoffen vertonen cumulatieve toxiciteit en het is volslagen onmogelijk hiervoor een ADI te berekenen
.

Toelating is onverantwoord !



D.                  Stoffen met een niet opgehelderde (of niet gepubliceerde) dosiswerkingsrelatie.

Toelating is onverantwoord !

Voorbeelden van dosiswerking relaties van actieve stoffen

De dosis- en tijdsafhankelijke werking van de neonicotinoïde insecticiden imidacloprid en thiacloprid werd in 2009 door Francisco Sánchez-Bayo voor geleedpotigen beschreven[10]. Deze was niet alleen afhankelijk van de dosis, maar ook van de blootstellingsduur. Ook werd aangetoond hoe lager de blootstellingsconcentratie, hoe lager de totale dosis die nodig was voor de schadelijke werking. Zie volgende tabel:

Tabel 1:  Sterfte van geleedpotigen (arthropoden) door blootstelling aan neonicotinoïde insecticiden (Sanchez-Bayo, 2009)

Model organisme
Teststof
Concentratie (C) in µg.L-1
Tijd tot 50% sterfte (T) in dagen
C x T product in
µg.L-1.dagen
Cypridopsis vidua
Imidacloprid
        4
    5,2
         20,8


      16
    3,0
         48
      64
    3,3
       211,2
    250
    2,3
       575
  1.000
    2,0
    2.000
  4.000
    0,9
    3.600
Daphnia magna
Imidacloprid
     750
  69,7
  52.275
  2.220
  18,6
  41.292
  6.700
  15,0
100.500
20.000
  18,4
368.000
60.000
    3,0
180.000
Sympetrum striolatum
Thiacloprid
         7,2
  20,6
       148,3
         8,0
  17,2
       137,6
       12,7
  13,0
       165,1
     113,3
    3,2
       362,6



In de volgende tabel zijn bestrijdingsmiddelen, genoemd in dit artikel, ingedeeld naar hun dosis/tijd werkingsrelatie. Van de meeste bestrijdingsmiddelen is de dosis/tijd werkingsrelatie niet opgehelderd omdat het huidige toxicologische onderzoek slechts als doel heeft een No-Observed-Adverse-Effect-Level (NOAEL) vast te stellen, als basis voor de berekening van de ADI. Dosis/tijd werkingsrelaties blijven vrijwel altijd buiten beschouwing.

Tabel 2; dosis/tijd werkingsrelatie van de in dit artikel genoemde bestrijdingsmiddelen 

Dosiswerkingsrelatie[11]
Bestrijdingsmiddel
A:   dosisafhankelijk
Van de stoffen genoemd in dit artikel is van geen enkele stof bekend dat ze een dosisafhankelijke dosiswerkingsrelatie hebben
B:   d . t  = constant
azinphos-methyl, carbaryl, carbofuran, fenitrothion, fipronil, methidathion, permethrin, phenthoate, phosmet, thiacloprid
C:   d. tn= constant
cartap, imidacloprid, thiacloprid, clothianidin, thiamethoxam
D:   niet opgehelderd
methyl bromide, chlorpyrifos, fonofos, coumaphos, phorate, permethrin, alachlor, amitrol, ethylene thiourea, mancozeb, acetochlor, clofentezine, fenbuconazole, pendimethalin, pentachloronitrobenzene, prodiamine, pyrimethanil, thiazopyr, Endosulfan, DDT, Endrin, glyfosaat, linuron, acetamiprid, abamectin, aldicarb, amitraz, azinphosethyl, azinphosmethyl, azoxystrobin, captafol, captan, carbendazim, chlorthalonil, chloridazon, chlorotoluron, chlorpyrifos-methyl, chlorpyrifos, cyprodinil, deltamethrin, dicamba, dichlorprop, Imazalil, iprodion, spinosad , azadirchtin, pyrethrine, dieldrin, hexachloorbenzeen





Begrip van de dosis/tijd werkingsrelaties is essentieel voor het opstellen van normen voor toelaatbare concentraties bestrijdingsmiddelen. ADI’s en MRL’s (Maximale Residu Limiet) kunnen alleen worden opgesteld voor stoffen van categorie A. Gezien het feit dat dosis/tijd werkingsrelaties bij het opstellen van ADI’s en MRL’s volkomen zijn genegeerd, kan er geen sprake zijn van enig vertrouwen in de onschadelijkheid van stoffen die behoren tot categorieën B,C en D, ook niet in concentraties beneden de ADI en MRL.

Overzicht van wettelijke normen voor water en agrarische producten

Oppervlaktewater

Afhankelijk van de toxiciteit en wat er in de praktijk aan residuen in het oppervlakte water voorkomt, zijn er voor actieve stoffen maximaal toelaatbare eco- toxicologische EU normen vastgelegd.  De toxiciteitstesten omvatten echter een beperkt aantal aquatische organismen. Voor de komst van de Kaderrichtlijn water (KRW)  was er in Nederland het nationale MTR, Maximaal Toelaatbaar Risico. Met de invoering van de KRW, (Kaderrichtlijn Water / Water Framework Directive 2000/60/EC) is de Milieu Kwaliteitsnorm (MKN) de geldende norm voor veel stoffen. Bij de MKN is er sprake van twee normen, respectievelijk de

·           Jaargemiddelde MKN (JG-MKN) én

·           Maximaal Aanvaardbare Concentratie MKN (MAC-MKN)[12].

De JG-MKN vertegenwoordigt de concentratie van de stof in het milieu die bescherming zou moeten bieden tegen nadelige effecten bij langdurige blootstelling aan die stof.

De MTR richt zich echter alleen op de effecten van een stof die het bij langdurige blootstelling op waterorganismen heeft, terwijl de JG-MKN ook rekening houdt met vergiftiging van zoogdieren en vogels via het eten van vis en/of schaaldieren, en blootstelling van mensen via consumptie van vis(producten) en/of schaaldieren[13]. De MAC-MKN is gericht op bescherming van waterorganismen bij een kortdurende piekblootstelling. Niet voor alle stoffen zijn individuele MAC-MKN en JG-MKN normen vastgelegd. In die gevallen waarbij de MKN norm ontbreekt, wordt de MTR norm voor de betreffende stof gebruikt. De wettelijk normen voor actieve stoffen in oppervlaktewater zijn te vinden in o.a. de factsheets van de Bestrijdingsmiddelen Atlas[14]. Voor oppervlaktewater is er geen norm voor de som voor  afzonderlijke bestrijdingsmiddelen vastgelegd, zoals voor drinkwater.

Het blijkt dat ondanks alle ecotoxicologische normen aquatische organismen onvoldoende tegen bestrijdingsmiddelen beschermd worden. In Nederland had in 2015 slechts 5% van de regionale waterlichamen een eindoordeel “goed” voor de biologische kwaliteit[15]. Wordt deze slechte biologische kwaliteit veroorzaakt door optredende norm overschrijdingen, synergistische werking van de vele stoffen die in het water gevonden worden?[16] Of zien we hier duidelijk de effecten van het buiten beschouwing laten van de dosis-effecten mechanismen bij de toxiciteit-beoordeling van stoffen of andere factoren?

Drinkwater

De normen voor bestrijdingsmiddelen in drinkwater zijn vastgelegd in de Richtlijn 98/83/EG. Met enkele uitzonderingen, is voor de individuele werkzame stoffen één en dezelfde norm van 0,1 mg/l vastgelegd en er is een norm voor het totaal aan bestrijdingsmiddelen van 0,5 mg/l. Deze normen zijn opgesteld in een tijd dat voor vele bestrijdingsmiddelen 0,1 mg/l de detectie limiet was en werden als preventieve normen voor drinkwater kwaliteit en de menselijk gezondheid  beschouwd. De normen zijn duidelijk aan herziening toe, omdat ook een concentratie van 0,1 mg/l  voor stoffen als neonicotinoiden gevaarlijk is als dit water later weer in het milieu komt.

Agrarische producten voor menselijke consumptie

Een werkgroep van de Europese Commissie stelt voor iedere actieve stof een toxicologische risicobeoordeling voor de volksgezondheid op. Voor deze risicobeoordeling wordt een schatting van de hoeveelheid stof die iemand dagelijks levenslang kan innemen zonder noemenswaardig effect op de gezondheid gehanteerd[17].  Deze hoeveelheid stof  (mg per kg lichaamsgewicht – mg/kg BM) wordt de Aanvaardbare Dagelijkse Inname of Acceptable Daily Intake (ADI) genoemd. Voor het merendeel van de bestrijdingsmiddelen is er een ADI vastgelegd. Bijv. voor fipronil is de ADI 0 - 0,0002 mg/kg bw en  voor Imidacloprid  0 - 0,06 mg/kg bw[18]. Dat wil zeggen dat een persoon met een gewicht van 50 kg dagelijks tot 0,01 mg fipronil en 3 mg imidacloprid via voedsel zou kunnen innemen zonder noemenswaardige effect op zijn of haar gezondheid.

Verder is er nog een Acute Referentie Dosis (ARfD). De ARfD is een schatting voor de hoeveelheid van een stof in voedsel die iemand binnen 24 uur kan innemen zonder noemenswaardige gezondheidseffecten. Eenmalige consumptie (één portie) van bepaalde gewassen met relatief hoge residuen van gewasbeschermingsmiddelen (boven de ADI) kan soms tot acute problemen leiden. Met de gemiddelde consumptieberekening zouden deze acute problemen niet opgemerkt worden[19].

De MRL’s zijn vastgelegd in de verordening voor maximale residugehalten in levensmiddelen EC 396/2005. Voor stoffen waarvoor geen norm is vastgelegd wordt meestal de MRL van 0,01 mg/kg gehanteerd. Er is geen MRL of voor ADI voor de som van de verschillende stoffen vastgelegd. Als de MRL van een bepaalde stof de ADI en ARfD niet overschrijdt, kan de MRL worden opgenomen in de Verordening EC 396/2005,  en de stof worden toegelaten in de Europese Unie.

Verpakte (potjes-)voeding voor zuigelingen en peuters

Vanwege hun dunne huid, lage gewicht en snelle stofwisseling vormen baby’s een kwetsbare groep. Als voorzorgsmaatregel bestaat daarom binnen de Europese Unie richtlijn 2006/125/EC die de kwaliteit van verpakte (potjes-)voeding voor zuigelingen en peuters (tot 3 jaar) in de EU regelt. Potjes met voeding voor zuigelingen en peuters mogen niet meer dan 0,01 mg/kg van een actieve stof bevatten. Er is echter geen MRL voor de som van de verschillende stoffen vastgelegd. Plat gezegd betekent dit dat in babyvoeding 1205 maal zo veel van het insecticide imidacloprid mag zitten dan in slootwater! Ook betekent het dat gangbaar geproduceerde levensmiddelen voor zuigelingen en peuters niet aan het voorzorgsprincipe voldoen (zie tabel 5) en dus een risico vormen voor deze kwetsbare groep. Bestrijdingsmiddelen passeren  de placenta[20] en daarom moeten ook zwangere vrouwen tot de kwetsbare groep gerekend worden. In de biologische landbouw is het gebruik van synthetische bestrijdingsmiddelen in principe niet toegestaan. Daarmede voldoen deze levensmiddelen betreffende bestrijdingsmiddelen residuen aan het voorzorgsprincipe. Ook wat betreft residuen in deze biologische levensmiddelen is transparantie echter ver te zoeken; meetgegevens van het NVWA, SKAL biocontrole en van Bionext zijn allemaal ontoegankelijk voor het publiek.

Veevoeders

In de stoffenrichtlijn (Richtlijn (EG) 2002/32) voor diervoeding zijn maximale limieten voor ongewenste stoffen als organochloor pesticiden, zoals bijvoorbeeld Endosulfan, DDT of Endrin, in diervoeders en voedermiddelen vastgelegd. Deze stoffen zijn nu voor agrarisch gebruik verboden, zeer persistent, goed oplosbaar in vetten en komen onafhankelijk van de landbouwmethode in de voedselketen voor (door gebruik in het verleden in Nederland en door huidig gebruik in het buitenland). Voor de overige pesticiden worden de MRL´s voor levensmiddelen gehanteerd. Deze zijn vastgelegd in Verordening (EG) 396/2005. Specifieke diervoeders zoals ruw voeders (hooi, stro, voedermaïs, (kuil-)gras, voederbieten et cetera), ontbreken in deze Verordening[21].

Daarentegen zijn in de Codex Alimentarius voor een aantal specifieke bestrijdingsmiddelen in een aantal diervoeders MRL’s vastgesteld. De vastlegging van standaarden wordt door de FAO en WHO gefaciliteerd[22]. De Codex Alimentarius is voor de EU een basis voor vaststelling van MRL’s.

Welke waarde hechten we aan het al of niet overschrijden van de normen?

De Nederlands Voedsel- en Waren Autoriteit (NVWA) geeft een samenvatting van de mate waarin de wettelijke MRL’s in de geteste producten in 2015 overschreden werden[23]. Bijvoorbeeld van de in Nederland geteelde aardbeien overschreed gemiddeld 2,6% de vastgestelde norm en bevatten gemiddeld 6,7 verschillende residuen; Bij de geteste Nederlandse appels werden geen MRL´s overschreden, wel werden gemiddeld 3,1 verschillende residuen in appels gevonden.

Wat mag echter wettelijk aan residuen in deze populaire vruchten aanwezig zijn? Zoals tabel 4 en 5 laten zien, zijn de getoonde MRL’s vooral gerelateerd aan wat er in de praktijk aan residuen van de gebruikte actieve stof op of in het product achterblijft. Voor die stoffen waarvoor niet specifiek een MRL is vastgesteld, geldt in het algemeen een MRL van 0,01 mg/kg. Voor de afzonderlijke agrarische producten is er echter geen MRL voor de som van de verschillende residuen vastgelegd, terwijl van de synergistische werking van de voorkomende cocktails aan residuen en afbraakproducten van de middelen  in en op levensmiddelen niets  bekend is.

Dus als voor een product zoals appels bericht wordt dat er geen overschrijding van de wettelijk norm is vastgesteld, zegt het weinig over de daadwerkelijk gevonden hoeveelheid residuen. Zie tabel 5 met voorbeelden van hoeveelheden afzonderlijke residuen die in appels en aardbeien zijn toegestaan (de tabel toont slechts een kleine selectie van actieve stoffen en de MRLs voor appels en aardbeien). Bijvoorbeeld in een kg appels is 6 mg iprodion wettelijk toegestaan en in een kg aardbeien 20 mg; daarentegen mag een kg appels 2 mg amazalil en een kg aardbeien 0,05 mg bevatten.

De  vastgelegde normen zijn vaak onlogisch. Een ander voorbeeld: is er een verklaring hoezo in drinkwater 0,1 μg/l fipronil aanwezig mag zijn terwijl voor deze zeer giftige stof de milieu kwaliteitsnorm bijna duizend keer zo laag is en in wortel en knol gewassen bijna een miljoen keer hoger is dan in oppervlaktewater?  Ook is het niet logisch dat de MRL voor fipronil in melk hoger is dan in eieren. Zie tabel 4.

Het gevolg van deze MRL waarden voor levensmiddelen is dat in principe veel producten in de supermarkt acuut giftig voor ons ecosysteem kunnen zijn en door de regelgeving voor onze gezondheid als veilig worden beschouwd! Immers in oppervlaktewater mag maar 8,3 nanogram/l imidacloprid zitten en in melk 0,1 milligram per liter (12048 maal zo veel). Deze discrepantie geldt voor bijna alle levensmiddelen.

Voor aquatische milieus wordt i.h.a. een zeer strenge norm gehanteerd, die geen enkele relatie lijkt te hebben met de normen die voor ons interne ecosysteem (onze stofwisseling). Er zijn echter bestrijdingsmiddelen zoals onder andere imidacloprid en thiacloprid  waarvoor geen veilige MTR of MKN voor het eco-system bestaat. Deze twee stoffen zijn zeer persistent en verbinden zich ook in hele lage dosis irreversibel met organismen zoals insecten, waarbij hoe langer de blootstelling duurt, hoe sterker de werking van de stof wordt[24]. Deze zeer giftige insecticiden worden vooral in gebieden met bollen- en kassenteelt en tuinbouw in grote hoeveelheden in het oppervlaktewater en op agrarisch producten aangetroffen. Verder worden ze gebruikt in mierenlokdozen, halsbandjes voor poezen, honden shampoos, etc.

Voorbeelden van wettelijk Normen in oppervlaktewater en in agrarische producten

Tabel 3: Voorbeelden van normen voor enkele bestrijdingsmiddelen in oppervlaktewater (microgram per liter)[25]

Actieve stof
JG- MKN μg/l
MAC-MKN μg/l
MTR μg/l
Imidacloprid
0,0083*
 0,2
--
Glyfosaat
--
77
--
Fipronil
--
--
0.00007 ug/l *
Linuron
0,17
  0,20
--
MCPA
1,4
15
--

* : De analytische mogelijkheden zijn beperkt; vele laboratoria kunnen deze concentraties niet meten.

-- : In de betreffende factsheet is geen concentratie voor de betreffende norm vermeld

Tabel 4: Voorbeelden van MRLs voor glyfosaat, fipronil en imidacloprid in enkele agrarische producten voor menselijke consumptie en voor veevoeder (milligram per kg)

Agrarische product
Glyfosaat
mg/kg
Fipronil mg/kg
  Imidacloprid mg/kg
Wortel en knol gewassen, bijv. wortels, rode biet; behalve suikerbiet (NL)
0,1
0.005
0,5
Pitvruchten, o.a. appels en peren (NL)
0,1
0,005
0,5
Melk (NL)
0,05
0,008
0,1
Vogel eieren (NL)
0,05
0,005
0,05
Alfalfa veevoer (CA)
500
--
--
Gerststro en veevoer (droog) (CA)
400
--
1
Mais veevoer (droog) (CA)
150
0,1
0,2
Mais
5
0,01
--

-- geen norm vastgelegd







Tabel 5: Voorbeelden van MRLs vastgelegd voor appels en aardbeien (milligram per kg)[26]

* door Pesticide Action Network geclassificeerd als zeer toxische voor mens en/of natuur[27]

Actieve stof
Appels
mg/kg
Aardbeien
mg/kg
acetamiprid
       0,8
       0,5
abamectin*
0,03
0,15
aldicarb*
0,02
0,02
amitraz
0,05
0,05
azinphosethyl*
0,02
0,02
azinphosmethyl*
0,05
0,05
azoxystrobin
0,01
     10,0
captafol*
0,02
0,02
captan
     10,0
       1,5
carbendazim*
0,2
0,1
chlorthalonil*
2,0
        4,0
chloridazon
0,1
0,1
chlorotoluron*
  0,05
  0,01
chlorpyrifos-methyl*
0,5
0,5
chlorpyrifos*
  0,01
0,5
cyprodinil
2,0
5,0
deltamethrin*
0,2
0,2
dicamba
0,1
  0,05
dichlorprop
  0,02
  0,02
glyphosate*
0,1
0,1
Imazalil*
2,0
 0,05
imidacloprid*
0,5
0,5
iprodion*
6,0
20,0



































Algehele conclusies toelatingsprocedures en normen

·           De toelatingsprocedures van bestrijdingsmiddelen houden geen rekening met de werkelijke dosiswerkingsrelaties van pesticiden, en daardoor brengen de toelatingen enorme risico’s voor mensen en voor het milieu met zich mee.

·           Er wordt bij toelatingsprocedures uitgegaan van strikt gescheiden werelden; het menselijke lichaam en de natuur. In werkelijkheid maakt het menselijke lichaam deel uit van de natuur.

·           Er wordt bij de toelating geen rekening gehouden met eventuele synergistische toxische effecten van hulpstoffen die aan pesticiden worden toegevoegd die op de markt komen.

·           Er wordt bij toelating geen rekening gehouden met synergistische effecten van bestrijdingsmiddelen.

·           Er kan in toelatingsprocedures per definitie geen rekening worden gehouden met de ongelofelijke complexiteit van de natuur.

·           Bij toelating van diverse stoffen (zoals neonicotinoiden) heeft het Ctgb evident geen rekening gehouden met de regels zoals die voor het Ctgb officieel gelden: voordat een gewasbeschermingsmiddel of biocide verkocht mag worden, beoordeelt het Ctgb of het middel veilig is voor mens, dier en milieu. Neonicotinoiden zijn slecht afbreekbaar, kunnen uitspoelen en zijn hoog toxisch voor zeer veel organismen.

Het  moge op grond van het voorgaande duidelijk zijn dat het huidige systeem van normen en controlemechanismen onvoldoende veiligheid biedt aan de consumenten en aan het milieu. Een voortzetting van het huidige beleid leidt nu al tot een ontwrichting van ons ecosysteem en op korte termijn ook van de economie. Door recent onderzoek is het duidelijk geworden dat populaties van weidevogels en van insecten in zeer hoog tempo verdwijnen.

De wetgever dient er op korte termijn voor te zorgen dat alle bestrijdingsmiddelen uit de categorieën B, C, D uit tabel 1 van de markt worden genomen worden, totdat nader onderzoek door onafhankelijke instanties hun dosis-werkingsrelatie heeft opgehelderd. 

 De normen voor residuen in levensmiddelen dienen uit te gaan van gehalten die landbouwproducten hebben zonder toepassing van deze stoffen, zodat het voorzorgsprincipe voor alle consumenten gehanteerd wordt.

Veel partijen zeggen nog steeds dat we niet zonder bestrijdingsmiddelen kunnen. Er zijn inmiddels in Europa meer dan 150.000 biologische bedrijven die bewijzen dat we wel zonder al die riskante middelen kunnen werken, en gemiddeld nog beter verdienen dan conventionele landbouwbedrijven.

Vele studies hebben aangetoond dat de wereld gevoed kan worden door een landbouw zonder bestrijdings-middelen, onder de voorwaarde dat wij onze vleesconsumptie reduceren en de verspilling van voedsel verminderd wordt[28].

Het is tegelijk waar dat er ook verbeteringen mogelijk zijn in de biologische landbouw, ook met betrekking tot onbedoelde contaminatie met pesticiden[29]. Ook daar is transparantie een eerste vereiste.

De toelatingsprocedure van bestrijdingsmiddelen, waarvan velen als zeer gevaarlijk voor mens en/of natuur geclassificeerd zijn, moet op de schop. Toxiciteit testen en resultaten van alle toegelaten middelen moeten openbaar worden. Nieuwe stoffen mogen alleen worden toegelaten als ze een strikt dosisafhankelijke dosiswerkingsrelatie hebben en voldoen aan alle andere toelatingscriteria.

Gangbare boeren die naar biologisch landbouw willen omschakelen moeten in ieder geval tijdens de jaren van omschakeling voldoende financiële en technische ondersteuning krijgen. Die kennis is inmiddels rijkelijk voorhanden bij de bedrijven die al biologisch werken, bij de voorlichting en bij het onderzoek.



Voor meer informatie kunt u contact opnemen met de auteurs van dit info blad:

Margriet Samwel-Mantingh, WECF





Henk Tennekes, Experimental Toxicology Services Nederland





Jelmer Buijs, Buijs Agro-Services

jelmerbuijs@gmail.com





Ook Nederland heeft de Agenda 2030, de ontwikkelingsagenda voor 2015 -2030 van de Verenigde Naties, ondertekend.  De agenda bestaat uit 17 doelen: de Sustainable Development Goals - SDG’s (Werelddoelen voor duurzame ontwikkeling)[30]. Ze gelden in alle landen en voor alle mensen. Met name doelen 3, 6 en 12 worden door de verspreiding van bestrijdingsmiddelen beïnvloed en verdienen daarom in Nederland speciale aandacht.



 Macintosh HD:Users:margriet:Desktop:LOGO PROPOSAL - FULL.PNG                              Macintosh HD:Users:margriet:Desktop:3.-Goede-gezondheid-en-welz.png  Macintosh HD:Users:margriet:Desktop:Sustainable_Development_Goals_Dutch_RGB-06.jpg  Macintosh HD:Users:margriet:Library:Containers:com.apple.mail:Data:Library:Mail Downloads:216D9414-87C5-42FC-A35F-2DC55DB752FE:sdg12_icoon.png                                    Macintosh HD:Users:margriet:Desktop:Bestrijdingsmiddelen Drenthe_2014:Prepairing print:Logos:eu flag.jpg              

De meningen in deze publicatie zijn de exclusieve verantwoordelijkheid van WECF en kunnen op geen enkele manier worden beschouwd als een weergave van de officiële mening van de Europese Commissie. 



Macintosh HD:Users:margriet:Desktop:Bestrijdingsmiddelen Drenthe_2014:Prepairing print:Logos:WECF new LOGO.JPG
WECF The Netherlands
Korte Elisabethstraat 6
3511-JG Utrecht
Tel.: +31 - 30 - 23 10 300
    WECF France
     BP 100
     74103 Annemasse Cedex
     Tel.: +33 - 450 - 49 97 38

WECF e.V. Germany                               
St.Jakobs-Platz 10                    
D - 80331 Munich
Tel.: +49 - 89 - 23 23 938 – 0 





[1] Mitchell et al., Science 358, 109–111 (2017) 6 October 2017; A worldwide survey of neonicotinoids in honey
[2] United Nations Environment Programme and the World Health Organization, 2013. State of the science of endocrine disrupting chemicals 2012 / edited by Åke Bergman, Jerrold J. Heindel, Susan Jobling, Karen A. Kidd and R. Thomas Zoeller.
[3] United Nations Environment Programme and the World Health Organization, 2013. State of the science of endocrine disrupting chemicals 2012 / edited by Åke Bergman, Jerrold J. Heindel, Susan Jobling, Karen A. Kidd and R. Thomas Zoeller.
[4] https://www.beyondpesticides.org/resources/pesticide-induced-diseases-database/alzheimers-disease
[5] United Nations, General Assembly, Report of the special rapporteur on the right on food (2017) A/HRC/34/48. https://reliefweb.int/sites/reliefweb.int/files/resources/1701059.pdf
[6] Goulson, D. J. Appl. Ecol. doi: 10.1111/1365-2664.12111 (2013)
[7] Morse J.G. Agricultural implications of pesticide-induced hormesis of insects and mites; Hum Exp Toxicol. 1998 May;17(5):266-9.
[8] https://data.overheid.nl/data/dataset/overzicht-toegelaten-middelen-in-de-bestrijdingsmiddelendatabank
[9] http://www.rivm.nl/rvs/Normen/Consumenten/ADI
[10] Sanchez-Bayo, F., 2009
From simple toxicological models to prediction of toxic effects in time. Ecotoxicology 18: 343–354
[11] Tennekes, HA, Sánchez-Bayo, F. Toxicology 309 (2013) 39– 51
13 http://www.bestrijdingsmiddelenatlas.nl/toelichting/normen/ecotoxicologische-normen-(mknmtr)/algemeen.aspx
[13] http://www.bestrijdingsmiddelenatlas.nl/toelichting/normen/ecotoxicologische-normen-(mknmtr)/milieukwaliteitsnorm-(mkn).aspx
[14] www.bestrijdingsmiddelenatlas.nl/atlas/factsheets.aspx
[15] http://www.pbl.nl/sites/default/files/cms/publicaties/Waterkwaliteit%20Beleidsstudie_4e_proef.pdf
[16] http://www.wecf.eu/nederland/publicaties/bestrijdingsmiddelen-Drenthe.php
[17] http://www.rivm.nl/rvs/Normen/Consumenten/ADI
[18] http://www.who.int/ipcs/publications/jmpr/pesticide_inventory_edition10.pdf
[19] http://www.rivm.nl/rvs/Normen/Consumenten/ARfD
    https://www.sciencedirect.com/science/article/pii/S0045653512012246
[21] NVWA, Ministerie van Economische zaken. Nationaal Plan Diervoeder 2016

[24] Elsevier (2010) News and Views, Henk A. Tennekes, The significance of the Druckrey–Küpfmüller equation for risk assessment— The toxicity of neonicotinoid insecticides to arthropods is reinforced by exposure time
[25] http://www.bestrijdingsmiddelenatlas.nl/atlas/factsheets.aspx#
[26] http://ec.europa.eu/food/plant/pesticides/eu-pesticides-database/public/?event=pesticide.residue.selection&language=EN
[27] http://www.pan-germany.org/download/PAN_HHP_List_161212_F.pdf

    http://www.fao.org/state-of-food-security-nutrition/en/
[29] Henk Tennekes en Jelmer Buijs in Ekoland №7/8 en №19 (2017)

zaterdag 23 september 2017


CHEMISCHE BESTRIJDINGSMIDDELEN IN VOEDSEL



Krant van de Aarde, Oktober 2017. Rubriek: Opinie

Tekst: Jelmer Buijs; landbouwkundige consultant en Henk Tennekes, consultant toxicoloog


Als je als mens tegenwoordig wilt begrijpen wat er in de levensmiddelen zit, die je koopt, heb je daaraan bijna een dagtaak. De etiketten van  producten  in de winkels bevatten waslijsten van stoffen die je niet kent en de zaken die echt belangrijk zijn, staan er vaak niet op. Ook de boeren, verwerkers, en handelaren kennen vaak de exacte samenstelling van hun producten niet, omdat ze afhankelijk zijn van toeleveranciers en van de kwaliteit van de bodem, water en lucht waarmee ze geproduceerd werden. Denk maar aan het recente eieren schandaal met fipronil.

Je wilt meer weten

Consumenten die meer willen weten over de stoffen die in voedingsmiddelen aanwezig kunnen zijn, komen al gauw van een koude kermis thuis.  Als je mails stuurt naar levensmiddelenproducenten, kun je vier soorten antwoorden verwachten:

·         Je krijgt geen reactie

·         Ze hebben de stoffen waarnaar je vraagt nog nooit gemeten en/of nog nooit gehoord van de stoffen waarnaar je vraagt

·         Ze meten deze stoffen, maar hebben nog nooit iets gevonden. Vaak is het zo dat ze een heel lage meetnauwkeurigheid gebruiken, omdat dit voldoende is volgens de wet

·         Ze meten de stoffen wel, maar vinden het niet in hun belang de resultaten van de metingen te delen met consumenten
                                Gewasbespuiting in Zuidelijk Flevoland, september 2017 op gangbaar bedrijf gelegen niet ver van biologische bedrijven; Foto; Jelmer Buijs



Onlangs hebben wij gemaild (en gebeld) met een aantal bedrijven en organisaties. Wij vroegen;

1)      Een bekende Nederlandse coöperatie van melkveehouders naar de aanwezigheid van insecticide imidacloprid in melk.
Hun antwoord was: de norm voor melk is 0,1 milligram per liter en wij meten met een nauwkeurigheid van 0,01 milligram per liter. Er is bij deze meetnauwkeurigheid nog nooit iets gevonden.

2)      Een bekend biermerk uit Amsterdam over de aanwezigheid van onkruidbestrijdingsmiddelen (glyfosaat) in hun bier.

Hun antwoord was: Het is onmogelijk dat in ons bier glyfosaat zit, wegens harde afspraken met leveranciers. Men schreef ons echter verder dat in bier met citroensmaak wel bestrijdingsmiddelen kunnen zitten die van de citroenen afkomstig zijn. Hoeveel schreven ze ons niet

3)      Een suikerfabriek in  Dinteloord over de mogelijke aanwezigheid van insecticiden (imidacloprid) in suiker en suikerproducten
Hun Antwoord was simpel: Ze hadden dit nog niet eerder gemeten

4)      Een suikerfabriek  in Mannheim (Duitsland) over de mogelijke aanwezigheid van insecticiden (imidacloprid) in suiker en in bijenvoeder
Hun  antwoord was: Ontwijkend antwoord, namelijk dat ze aan alle Europese normen voldoen. Ze schrijven niet hoeveel van deze stof er in hun producten zit.

5)      Een grote fabrikant van wintervoeder voor bijenhouders USA naar de mogelijke aanwezigheid van insecticiden in bijenwintervoeder
Antwoord: niet gekregen

6)      Skal biocontrole (Skal biocontrole is de organisatie voor het toezicht op de biologische productie in Nederland) en NVWA (De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit) en de handelaren in biologische levensmiddelen naar de gehalten van bestrijdingsmiddelen in biologische producten
Antwoord: Skal; Gemeten waarden van bestrijdingsmiddelen in biologische levensmiddelen zijn niet voor het publiek bestemd. Alleen overtredingen worden in de jaarverslagen genoemd. De resultaten van residumetingen worden wel doorgegeven aan de bedrijven die deze producten produceren.
Antwoord van NVWA; nog geen antwoord. NVWA antwoordt in de regel correct, maar wel traag.
Antwoord van de handel (via Bionext); de gemeten gehalten zijn niet voor consumenten bestemd

De coöperatie van melkveehouders (met zeer veel leden) antwoordde heel precies. De door hen aangehouden wettelijke norm is echter heel hoog; zo een maximale toegestane concentratie van deze stof in melk zou dodelijk zijn voor veel insecten, zoals bijen. Kan het zo zijn dat deze melk dan voor ons gezond is……?
Het NVWA heeft in 2016 gemeten dat in 37% van de geteste Nederlandse biermerken dit onkruidbestrijdingsmiddel (glyfosaat) zit met een gemiddeld gehalte van 6,5 microgram per liter, met als hoogste bij één biermerk van 19,1 microgram per liter.  De NVWA heeft tot nu toe geen uitsluitsel gegeven in welke biermerken dit middel wel is aangetroffen en in welke biermerken niet, omdat dit concurrentievervalsing tot gevolg zou kunnen hebben. Of het bekende Amsterdamse biermerk zelf glyfosaat heeft gemeten blijft in hun antwoord onduidelijk. Wellicht meten ze zodanig onnauwkeurig dat ze kunnen zeggen dat ze niks gevonden hebben.  De NVWA vindt deze gehalten volsterk veilig, ook als we deze stof tevens met andere levensmiddelen binnenkrijgen. Maar hoe zullen de normen er over 10 jaar uitzien?
Dat de Nederlandse suikerfabriek nog nooit naar het insecticide imidacloprid heeft gezocht in suiker kan waar zijn, hoewel dit middel al jaren wordt toegepast op vrijwel alle suikerbieten in Nederland (en in Europa). Men heeft ons gezegd dat men het nu wel gaat meten. Dan nog is het de vraag of men het met de juiste nauwkeurigheid gaat meten, anders heeft het geen zin. Het is zeer onwaarschijnlijk dat wij als consumenten (of als schrijvers van dit artikel) de resultaten van de metingen zullen gaan krijgen.
De Duitse suikerfabrikant geeft aan dat ze aan alle normen voldoen. De normen voor menselijke voeding zijn echter veel hoger dan  voor bijen verantwoord is (en mogelijk voor mensen ook). Dus is het wettelijk mogelijk dat ze bijenvoer produceren waarvan de bijen ziek worden.
Bedrijven die helemaal geen reactie geven, denken daarmee het risico van negatieve informatie te verkleinen. Dat versterkt het idee dat ze iets te verbergen hebben.
Skal biocontrole en de handelaren in biologische producten (via Bionext) gaven dus aan dat het niet de bedoeling is dat de gehalten van bestrijdingsmiddelen in biologische levensmiddelen bekend worden bij de consumenten.
Wat kun je er zelf aan doen
Door biologisch geproduceerde levensmiddelen te kopen kun je het risico voor je gezondheid beperken. Ook biologische bedrijven zijn onderhevig aan de verspreiding van bestrijdingsmiddelen, via aangekochte niet biologische mest,  oppervlaktewater,  regen, en  nog vele andere wegen. Het is van belang dat de normen voor gebruik van niet biologische meststoffen (door Skal biocontrole) worden aangescherpt. Als het goed is, zouden biologische producten een veel lager gehalte aan bestrijdingsmiddelen moeten hebben dan gangbare producten. Dat is echter moeilijk te controleren, want niemand wenst de meetgegevens van biologische levensmiddelen in Nederland te publiceren. Buitenlands onderzoek laat zien dat daar biologische producten gemiddeld 4 tot 5 maal minder resten van de meeste bestrijdingsmiddelen bevatten. Er is dus nog werk aan de winkel voor de biologische sector de Nederlandse metingen openbaar te maken en ervoor te zorgen dat het gehalte aan bestrijdingsmiddelen nog verder verlaagd wordt d.m.v. diverse maatregelen. Die maatregelen kunnen te maken hebben met het gebruik van mest uit de gangbare landbouw, van compost, maar ook met het gebruik van oppervlaktewater voor beregening en voor drinkwater voor het vee. Per 1 januari 2018 verbiedt de biologisch dynamische landbouw het gebruik van gangbare mest geheel. Ook tot die datum zijn de regels strenger dan bij de overige biologische bedrijven. Dat is een belangrijke stap in de goede richting!
Er zijn overigens ook nog vele toepassingen van bestrijdingsmiddelen in en om huis. Antivlooienbandjes voor poezen en honden zijn berucht omdat ze net als mierenlokdozen, antivlooienshampo’s, antivliegensprays en andere insectenbestrijders grote hoeveelheden insecticiden bevatten, zoals imidacloprid en fipronil (wel bekend inmiddels van de eieren). Indien bijen deze stoffen zouden binnenkrijgen zouden enkele bandjes voldoende zijn om alle bijen in Nederland via chronische vergiftiging te laten sterven. Er zijn prima alternatieven op basis van geraniol.

Poezen en honden antivlooienbandjes bevatten zeer grote hoeveelheden (meer dan 1 gram) van het zeer omstreden middel imidacloprid en/of andere stoffen. Er is een goede bestemming voor de bandjes: de gifbus van uw gemeente.


Wie kan je geloven?
Producenten hebben een veelheid van manieren waarop ze consumenten kunnen misleiden. In het algemeen klopt de bewering dat een product helemaal geen bestrijdingsmiddelen bevat niet. Met de juiste apparatuur kun je vrijwel elke stof in ieder voedsel vinden. Het is bovendien zo dat veel bestrijdingsmiddelen op de wereld zo veel gebruikt worden, dat ze vrijwel overal in de natuur terug te vinden zijn, ook in de Noordzee of in het poolijs. In bepaalde gevallen kan het zo zijn dat de verschillen tussen biologische producten en niet biologische producten klein of afwezig zijn;
-als de bestrijdingsmiddelen in producten afkomstig zijn van toepassingen uit het verdere verleden, bijv. DDT. Dit middel blijft zeker 100 jaar in de grond zitten en wordt voor een deel door planten opgenomen
-als ze niet in Nederland worden toegepast, maar met de wind en regen op onze akkers terecht komen vanuit het buitenland. Ze regenen overal neer, op biologische en op niet biologische bedrijven.
-als via aankoop van niet biologische meststoffen of via het kleine deel (5%) toegestane niet biologisch krachtvoer voor dieren in de biologische veehouderij toch insleep van bestrijdingsmiddelen plaatsvindt
-als producenten en/of verwerkers van biologische producten de regels niet naleven of als de regels niet deugen.
Waarom beweert wie wat over bestrijdingsmiddelen?
Alle delen van de landbouwsector die bestrijdingsmiddelen ontwikkelen, onderzoeken, verkopen en toepassen hebben er belang bij om u wijs te maken dat het geen kwaad kan en dat het zelfs noodzakelijk zou zijn om de wereldbevolking te voeden. De toegestane gehalten van bestrijdingsmiddelen (de normen) worden vastgesteld op basis van door de industrie aangeleverde gegevens van proeven met proefdieren. Daarnaast wordt onderzoek gedaan naar het effect van de stoffen op ons ecosysteem. Het kan niet anders zijn dan dat dit onderzoek zeer onvolledig is, omdat ons ecosysteem zeer complex is. De resultaten van de ecotoxicologische proeven geven voornamelijk uitsluitsel over de acute giftigheid en wel in afwezigheid van andere vervuiling. De werkelijkheid is dat we onszelf en de natuur gebruiken als proefkonijn om het effect van bestrijdingsmiddelen waar te nemen, als aanvulling op de testen die vooraf worden gedaan.
Kan onze economie draaien zonder bestrijdingsmiddelen?
Het is absolute onzin dat onze economie niet zou kunnen draaien zonder gebruik van bestrijdingsmiddelen. Biologische bedrijven hebben in de regel nauwelijks problemen met ziekten en plagen. Ze passen een veelheid van preventieve en biologische maatregelen toe. De opbrengst van gewassen wordt voornamelijk bepaald door de vakkundigheid van de teler, door de bodemvruchtbaarheid en door het weer. Het is precies andersom: onze economie kan niet blijven draaien met het gebruik van al die gifstoffen. Onze bodems worden op termijn onbruikbaar en het voedsel even zo zeer.
Wat is de werking van bestrijdingsmiddelen?
Bestrijdingsmiddelen kunnen allerlei essentiële levensprocessen van ongewenste planten (onkruiden), schimmels, bacteriën, insecten en allerhande micro-organismen zodanig verstoren dat ze sterven. De werking, verspreiding en mogelijke ophoping van bestrijdingsmiddelen in de natuur is echter onmogelijk te voorspellen. Bovendien hangt in de natuur alles met alles samen. Het wereldwijd gebruikte middel imidacloprid heeft een dodelijke werking op heel veel insecten en andere organismen en de werking neemt heel sterk toe met de verstreken tijd. Dit houdt verband met het neurotoxicologische werkingsmechanisme van deze stof, waarbij de blootstellingsduur het uiteindelijke effect versterkt(zie eerste publicatie in literatuurlijst). De chronische werking van 1 miljardste gram imidacloprid is voldoende om een bij binnen enkele dagen te laten sterven. Van het middel fipronil neemt de werking ook toe met de verstreken tijd, maar minder sterk dan bij imidacloprid.  Fipronil is carcinogeen in dierproeven, dus over 20 jaar weten we hierover meer, dankzij u en mij (…). Het is bekend dat carcinogene stoffen geen veilige ondergrens hebben wat betreft de concentratie in levensmiddelen.
Waarom zijn bestrijdingsmiddelen ten alle tijden te vermijden ?
Stoffen die nog nooit in de natuur zijn voorgekomen, horen niet thuis in de natuur en ook niet in ons lichaam, ook niet in heel kleine hoeveelheden. Iedereen die zegt dat dit geen kwaad kan, gaat voorbij aan de feiten.  We (ook de wetenschappers die anders beweren) hebben geen idee van wat we in de natuur aanrichten. Vaak blijkt dat pas na 20 jaar of meer als vogels, vlinders of andere dieren verdwenen zijn. Overigens dienen we ook voorzichtig om te gaan met natuurlijke bestrijdingsmiddelen. Nicotine is een voorbeeld van een natuurlijk middel, dat bepaald niet onschuldig is.
Hebben bestrijdingsmiddelen invloed op je gezondheid?
De gehalten van bestrijdingsmiddelen in het oceaanwater zijn zeer klein (in de orde van 1 gram per miljoen kubieke meter water) en toch is vastgesteld dat ze zich in gevaarlijke hoeveelheden kunnen ophopen in het vet van vogels en vissen die daar leven. Onderzoek in diverse landen heeft ook aangetoond dat zich in menselijk vetweefsel vaak grote hoeveelheden gifstoffen ophopen. Het eerder genoemde imidacloprid insecticide heeft in dierproeven laten zien dat het bij muizen obesitas en voorstadia van diabetes type 2 kan veroorzaken. Is het toeval dat deze ziekten nu zo aan het toenemen zijn?. De stof gaat ook interacties aan met het menselijke brein, en de risico’s die dat met zich meebrengt worden verzwegen. Er is nauwelijks een product in de supermarkt te vinden waar dit insecticide (in heel kleine hoeveelheden) niet inzit. In alle producten die niet-biologische soja, mais, suiker, eieren en zuivel bevatten moet het wel zitten, omdat het in de productieketen werd toegepast. Het wordt ook gebruikt in appelboomgaarden, op sinaasappels en  groenten, etc.
Wat is de invloed van de bestrijdingsmiddelen op de natuur in Nederland?
Er zijn de laatste jaren veel waarnemingen dat het aantal insecten in hoog tempo vermindert en dat veel vogels van het boerenland in hoog tempo verdwijnen. De laatste jaren zijn veel weidevogels in Nederland verdwenen als sneeuw voor de zon. Het is vrijwel zeker dat de bestrijdingsmiddelen daarbij een grote rol spelen. Er gebeurt echter nauwelijks onderzoek naar want we mogen niet aan het heilige huisje bestrijdingsmiddelen komen. Het onderzoek staat vooral ten dienste van de industrie en niet ten dienste van de samenleving. Concentraties van diverse bestrijdingsmiddelen in het oppervlaktewater in Nederland overschrijden vaak de wettelijke normen, ondanks het feit dat die normen ook al veel te hoog zijn.
Zijn er in Nederland strenge controles?
Met tussenpozen worden er van voedselwaren monsters genomen die worden geanalyseerd op bestrijdingsmiddelen door de NVWA, door Skal biocontrole en door handelaren. Het kan in sommige gevallen echter jaren duren voordat overtredingen worden ontdekt. Om hun werk effectiever te maken, proberen deze organisaties zich te richten op risicoproducten. Verder zijn de NVWA en Skal biocontrole gebonden aan de wettelijke normen die in Nederland gelden. Deze normen zijn in veel gevallen zeer aanvechtbaar. Verder worden veel hulpstoffen die voor de biologische landbouw worden aangeboden niet door Skal biocontrole gecontroleerd, als ze op de lijst van toegestane stoffen staan. Het eieren schandaal heeft geleerd dat het blinde vertrouwen in ‘plantaardige’ middeltjes (in dit geval voor bloedluisbestrijding bij kippen) tot het verleden dient te behoren.
De uitweg uit deze onnodige problemen
In heel Europa zijn duizenden (biologische) boeren die aantonen dat je prima zonder al dit gif kunt werken. Als we met zijn allen dieselmotoren en kolencentrales kunnen uitbannen, kunnen we ook het gebruik van  bestrijdingsmiddelen op termijn uitbannen en zorgen dat ons nageslacht een zo gezond mogelijke toekomst tegemoet kan zien. Beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald.

Jelmer Buijs; landbouwkundige consultant (jelmerbuijs@gmail.com)
Henk Tennekes, consultant toxicoloog (info@toxicology.nl)

Nuttige informatie:
1.       http://www.disasterinthemaking.com/about_the_author.html (boek van Henk Tennekes, 2010)
2.      https://www.waterkwaliteitsportaal.nl/Beheer/Rapportage/Bulkdata (metingen van chemische stoffen in oppervlaktewater in Nederland met meetpunten)
3.       http://www.ctgb.nl/ (college voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden)
4.      https://www.cbg-meb.nl/ (college ter beoordeling van geneesmiddelen)
5.      http://www.bestrijdingsmiddelenatlas.nl/